De kerk

kerk 1682

De kerk op een plattegrond uit 1682

Door diverse aankopen gedurende de periode 1620-1656 ontstond het huidige complex van kerkgebouw met bijgebouwen. In 1751 besloot de Lutherse gemeente een grotere kerk te bouwen op de plaats waar sinds 1615 een schuilkerk heeft gestaan.

schuilkerk schuilkerk2

achter deze gevel stond de schuilkerk

De stadhouderlijke architect Pieter de Swart, die onder meer het Paleis aan het Lange Voorhout (Huis Patras) en de Koninklijke Schouwburg (Huis Nassau Weilburg) ontwierp, schetste in 1757 de voorgevel van de Lutherse Kerk. Dit deed hij samen met de Amsterdamse architect Coenraet Hoeneker die ook het interieur ontwierp.

gebouw1

In 1758 werd het werk aanbesteed en op 13 december 1761 wijdde men het kerkgebouw in.
De monumentale kerk is overdekt door één dak, dat rust op een bijzonder zwaar samenstel van schuin en loodrecht geplaatste steunpalen en stutten. Deze worden door beugels bij elkaar gehouden. De trekbalk, waar de gehele dakconstructie op rust, heeft een overspanning van maar liefst 17.80 meter.  Het oorspronkelijke dak had twee zakgoten. Bij brede gebouwen, zoals dit, was dat nodig, omdat men toen geen plat dak kon maken. Vanaf de zakgoten werd het water naar de zijgoten afgevoerd, zodat er over de zolder zogenaamde “Keulse goten” liepen. Onder het huidige ‘platte’ dak zijn hiervan nog sporen zichtbaar.

Het barokke orgel werd in 1762 gebouwd door Johann Heinrich Hartmann Bätz uit Utrecht. De beelden op het orgel zijn gesneden door beeldhouwer A.E. Franck. Hij nam ook de Hertogenbank en de preekstoel voor zijn rekening.

Koperslager Popken vervaardigde de koperen kroonluchters.
Zij hebben een gezamenlijk gewicht van 428 pond.

In 1847 werd voor de kerk een ijzeren hek geplaatst. Dit is later weer verdwenen. We kennen nu nog alleen de geplaveide stoep.

Vanaf 1950 vond herstel en verfraaiing van het monument plaats. Tussen 1961 en 1971 werkte men aan een grondige restauratie. De houten banken (zoals nu nog te zien naast het liturgisch centrum) werden vervangen door losse stoelen en de houten deuren onder de balkons werden vervangen door gordijnen. In 1975 was de restauratie van het algehele monument gereed en beschikte de Lutherse gemeente over een prachtig en stijlvol kerkgebouw met bijgebouwen.

kerkextrc5124732_orig

Het interieur

Het interieur van de Lutherse Kerk is witgepleisterd en voorzien van Ionische pilasters langs de wanden. Het koofplafond is versierd met fijn stucwerk. Het geheel is uitgevoerd in de Hollandse Lodewijk XV-stijl.

Bovenop het orgel troont koning David met zijn harp, geflankeerd door musicerende engelen.

david

In 1911 werden de koperen kroonluchters bekostigd uit giften van gemeenteleden ter herdenking van twee heuglijke feiten: 300 jaar Lutherse Gemeente in Den Haag en 150 jaar gemeente in dit gebouw. Rond 1824 had de kerk olieverlichting, later (rond 1854) was dit gasverlichting. Tot de restauratie in 1970 zijn de twee grote kolenkachels blijven die tot dan toe dienst deden blijven staan. Bij de laatste restauratie zijn de oude eikenhouten banken grotendeels vervangen door de huidige stoelen waardoor een flexibeler indeling van de kerkzaal mogelijk werd.

gebouw2

kerkinterieur in 1861

Liturgisch centrum

Zoals gebruikelijk in de Lutherse kerken, staat het liturgisch centrum centraal. In de koperen hekken, aan weerszijden is het verhaal van ‘Jona en de walvis’ uitgebeeld. De altaartafel dateert uit 1956. De twee voeten aan de smalle zijden van de tafel zijn voorzien van beeldhouwwerken, voorstellende de broden, korenaren en vissen. Symbolen van de oudchristelijke kerk.

De lezenaar op de preekstoel behoort oorspronkelijk op het doophek.

gebouw3

Hertogen- of prinsenbank

Bij de bouw van de huidige kerk moest rekening worden gehouden met de wensen van enige belangrijke heren, die een bijdrage aan de bouw van de kerk hadden geleverd. Het betrof hier vooral diplomaten van Duitse komaf. Zo ook de Vorst van Nassau-Weilburg (de latere echtgenoot van Prinses Carolina van Oranje en dus zwager van de latere erfstadhouder Prins Willem V). Deze wenste geen onderscheid in zitplaats, zolang hij maar naar behoren kon zitten.

DSCF9379

De Hertog van Brunswijk-Wolfenbuttel echter kreeg wel zijn eigen bank. Hoewel hij te kennen gaf de zetel liever bij de uitgang te hebben, verkoos de kerkenraad toch de oorspronkelijke bouwtekeningen aan te houden en de bank in het midden te plaatsen. De klok werd er gelijktijdig bovenop geplaatst.

Grafmonument (balkon)

In 1707 mag Carel (Karl) Wilhelm Baron Sparre met speciale toestemming in de kerk worden begraven. Oorspronkelijk was zijn stoffelijk overschot in het liturgisch centrum bijgezet, waar ook het grafmonument te vinden was. Later is het verplaatst. De Latijnse tekst op het monument luidt:

“Ter zalige nagedachtenis aan Vrijheer Baron Karl Wilhelm Sparre, geboren uit een oude en bij de Zweden zeer goed aangeschreven familie, die, aangesteld tot generaal over de legers van de met ons verbonden Zuidelijke Nederlanden en tot gouverneur van Oostende en het omliggende platteland, dapper strijdend in de slag bij de Tenne, vlak voor het behalen van de overwinning, dodelijk getroffen werd en vervolgens op 27 oktober 1709 een roemrijke dood stierf, wensen zij die dit gedenkteken hebben laten oprichten, dat u die (wie u ook bent) hier langs komt, wordt geprikkeld tot de moed, het scherpe inzicht, de rechtschapenheid van een zo groot man”. (zie bijgaande foto)

luthersgraf

In 1710 werd begraven in de kerk voor iedereen mogelijk. In 1830 werd dit weer verboden waardoor een bron van inkomsten voor de kerk verloren ging.